skip to Main Content
EEN TIJDELIJK EN GRETIG PUBLIEKJE
TIES VAN DE WERFF

Ingezonden: 11-5-20

Ik zat aan mijn computer, naast het raam. Te werken, te lezen of Facebook-filmpjes te scrollen – ik weet het niet meer. Gewoon een dag zoals alle dagen tegenwoordig, waarin je werkt in je woonkamer en je woont in je werkkamer. Ik hoorde iets buiten, het klonk als muziek. De eerste paar minuten besteedde ik er geen aandacht aan. Als je in het centrum van Eindhoven woont hoor je altijd wel wat. Maar plots veerde ik op. Muziek? Hoor ik nou muziek, live? Ik liep gauw naar mijn balkon, en jawel hoor: in de verte, maar niet heel ver, hoorde ik een drumstel, bas en gezang. Gauw deed ik mijn schoenen en jas aan en snelde ik naar beneden.

Ik liep op het geluid af. Achter mijn appartementsgebouw zag ik op het gras een bandje spelen. Ik herkende de Def Americans, een Eindhovens Rockcity-telg dat excelleert in het vertolken van Johnny Cash. Met een grote glimlach liep ik ernaartoe en ging op gepaste afstand zitten van zo’n tien anderen. Ik keek achter me en zag evenzoveel mensen op hun balkon zitten. Wij waren het publiek.

Wij waren een blij en dankbaar publiek. Een echt concert! De toevalligheid ervan, het samen komen met de buren, maar ook het plezier van muzikanten die samen muziek maken raakte me. Er werd meegezongen, geklapt en gejoeld. Ik kreeg steeds kippenvel. Na een ‘Houdoe en doe een bietje voorzichtig!’ van de zanger stonden de buren en ik op en bleven we wat onwennig staan. We kletsen wat met de muzikanten en glimlachten naar elkaar. En toen, zo snel als het bijeen kwam, loste het publiek weer op. Balkondeuren klapten dicht, en ik en m’n buren liepen weer naar binnen. Terug naar onze eigen coronaholen. Heel urban.

De tijdelijkheid van pop-up concerten of live performances heeft me altijd gefascineerd. Door een toevallige omstandigheid word je eventjes onderdeel van een situatie. Een kort lot bindt je als vanzelf aan de ander. En als alles klopt, voel je jezelf transformeren van toevallige toeschouwer tot onmisbare deelnemer. Meestal voel ik echter weerzin bij die transformatie. Ik wil niet klappen op commando of in een groep gezogen worden. Nu liet ik het gretig en gewillig gebeuren.

Eenmaal weer binnen postte ik gauw een foto en een bedankje op Facebook – geheel volgens de netiquette van een digitale deelnemer. En terwijl ik dat deed, voelde ik de armoe en het gemis. Ik mis het om fysiek een publiek te zijn, om tot publiek gemaakt te worden. Ik mis het samen beleven, je mee laten voeren en opgetild worden uit het moment. Al had ik Corry & de Rekels zojuist onder het balkon gezien, dan nog zou ik tranen in m’n ogen hebben gekregen. Ik mis live-muziek. En geen Facebook-video kan me troosten.

REACTIES
REAGEER OP DIT STUK
Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *