skip to Main Content
LIEFDESSCENES
RUTH BENSCHOP

Ingezonden: 27-4-20

Hoe te spelen op anderhalve meter afstand? Met die vraag worstelen muziek- en theateropleidingen. In een overleg laatst op de Toneelacademie Maastricht werd nagedacht over de lessen straks, als de school weer opengaat. Een docent vertelde dat hij zijn studenten had laten weten dat ze ook op de bühne afstand zullen moeten houden. Als ze al door gaan, geen vecht- en liefdesscenes in de afstudeervoorstellingen van dit jaar, verzuchtte hij.

Hoe zou een liefdesscene eruitzien op anderhalve meter, vroeg ik me af? Vanaf hoeveel centimeter wordt het liefde? Hoeveel afstand maakt liefde precies onmogelijk? Welke overschrijding van de anderhalve meter zal te scabreus aanvoelen? En welke produceert juist een precies theatraal effect? 10 centimeter? 1 centimeter? Of zelfs maar de aanzet van toenadering?

Zal nabijheid op toneel gespeeld gaan worden met virtuele acteurs of robots, anders dan wij, niet bevattelijk voor corona? Zullen wij dan afgunstig kijken naar wat zij wel kunnen en wij niet? Zullen onze eigen echte vrijpartijen misschien langzamerhand steeds meer gaan lijken op de zweet- en geurloze seks op toneel? Of zal zelfs een digitale theaterkus gaan voelen als taboe?

Ik verplaats mijn gedachten van het mogelijk toekomstige theater terug naar het theater van een paar maanden, een paar weken geleden. Op welke afstand was liefde in het theater eigenlijk normaal? En hoe was die normale afstand ingebed in de gewoontes die we toen nog niet, maar nu ineens wel kunnen waarnemen?

Dit kleine gedachtenexperiment over theater in tijden van corona licht uit wat gewoon was. (En dan denk ik alleen nog maar aan wat er zich in de voorstelling zou kunnen afspelen en niet aan de maakpraktijk of de zaal.) Die gewoontes zijn veranderlijk. Ik moest bijvoorbeeld denken aan filmopnames van voorstellingen uit de jaren ‘50 of ’60 van de vorige eeuw (kijk maar eens naar deze beelden van Vondels Gijsbreght van Aemstel  uit 1957 van de theaterencyclopedie.nl). Gedragen, luide stemmen. Grote, nadrukkelijke gebaren. Ze zouden beslist minder moeite hebben met de anderhalve meter regel, denk ik meteen. Maar het ziet er ook in deze tijden van corona vreemd uit. Het wringt met de hedendaagse theaterconventies.

De oude beelden tonen wat toen binnen dat theater de norm was en nu niet meer. Misschien kunnen ze ons nu ook iets laten zien van de sociale omgang buiten het theater toen. Iets dat toen zo gewoon was dat moeilijk waar te nemen was. Kunst is als een lachspiegel op de kermis. Een kunstwerk doet ons een voorstel iets nieuws te zien, te voelen, te denken. Geurloze liefde. Verlangen op afstand. Maar de manier waarop dat voorstel is gemaakt, herbergt ook altijd de vanzelfsprekende achtergrond van wat er altijd wel is, ook al kunnen we dat niet zien.

Corona laat ons nu al de onbekommerde nabijheid waarnemen van pre-corona opnames. De vrolijk opeengepakte festivalgangers op Pinkpop, het koningshuis vriendelijk handenschuddend op Koningsdag, de troostende arm van een verpleegkundige in een verzorgingshuis. Later zal iemand onze huidige samenleving kunnen ontdekken in de theaterconventies die nu veranderen. Ze zullen de pandemie herkennen, waarschijnlijk. Maar ook dat die pandemie zich afspeelde in een digitale tijd. En in een tijd waarin we lang gewend waren geweest, de liefde van heel dichtbij te voelen.

 

REACTIES
REAGEER OP DIT STUK
Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *